2.1 Uitgangspunten programmabegroting 2027
Voor de uitgangspunten van de programmabegroting 2027-2030 baseren we ons op de indexeringen uit de meicirculaire 2026. Deze wordt rond de laatste dag van mei gepubliceerd en is tijdens het opstellen van deze Perspectiefnota nog niet beschikbaar. Derhalve concentreren we ons nu op de septembercirculaire 2025. Dit is immers de laatste formele circulaire die aan gemeenten is gepresenteerd.

Prijscompensatie
Bijstelling vindt plaats op basis van het percentage CPI in de septembercirculaire 2025.
Voor de jaren 2027 t/m 2030 is dit respectievelijk 2,3% / 2,2% / 2,2% / 2,2%. In de begroting 2026-2029 is hier al rekening mee gehouden.
Tarieven en belastingen
De opbrengsten voor de gemeentelijke belastingen en rechten verhogen wij met de Nationale Consumenten Prijsindex (CPI) zoals deze is opgenomen in de septembercirculaire 2025, met een minimum van 1% voor zover er geen sprake is van kostendekkende tarieven (en de door het rijk vastgestelde maximum tarieven). De tarieven voor de belastingen riolering en afval hangen samen met kostendekkendheid. Voor de lasten is in deze Perspectiefnota hetzelfde percentage aangehouden als voor de opbrengsten.
Cao gemeenten
De cao-onderhandelingen zullen pas in 2027 gaan plaatsvinden. Bij de raming van de personeelslasten is uitgegaan van de verwachte CAO-ontwikkeling, gebaseerd op de consumentenprijsindex (CPI).
Voor de index gebruiken we de tabel in de septembercirculaire 2025. Voor 2027-2030 zijn dit de volgende percentages 2,3% / 2,2%/ 2,2% / 2,2%. Dit is meegenomen in de personeelsbegroting als onderdeel van deze Perspectiefnota.
Loonkosten grote subsidiepartijen
Bij loonkosten vindt jaarlijkse indexering plaats op basis van de laatste vastgestelde en bekende CAO voor de betreffende sector op het moment van indexering. De overige kosten worden geïndexeerd met percentage CPI in de septembercirculaire 2025.
Verbonden partijen
De bijdragen worden geraamd op basis van de meerjarenbegroting van de Verbonden partijen.
